Selecteer een pagina

maart 8, 2018 1:00 pm - 4:30 pm UTC+0

Meeting District Nieuwegein

Blokhoeve 2, Nieuwegein

Gezondheidskundige grenswaarden van gevaarlijke stoffen worden gebruikt om de mate van aanvaardbaarheid van blootstelling te beoordelen. Om de blootstelling op de werkplek te reguleren leiden commissies van deskundigen luchtgrenswaarden af. Diverse landen hebben hun eigen ‘expert-committees’ waarin toxicologische en epidemiologische experts zitting hebben. Ook zijn er internationale commissies van deskundigen, bijvoorbeeld in Europees verband (bijv. SCOEL, RAC, EFSA) of wereldwijd (bijv. in WHO verband). De beoordelingen van de verschillende commissies van deskundigen zijn niet altijd identiek, de voorgestelde grenswaarden wijken soms iets af van elkaar, maar blijven binnen dezelfde orde van grootte. Dat is inherent aan de ´expert judgement´ die nodig is omdat er vrijwel altijd hiaten zijn in de beschikbare gegevens van de relatie tussen de blootstelling en respons.
Maar soms gebeurt het dat een stof op cruciale punten heel anders wordt beoordeeld. Dat geeft aanzienlijke verschillen in de beoordeling van het gevaar. En dat is aanleiding voor substantiële verschillen in de voorgestelde gezondheidskundige grenswaarde.
Hoe komt het dat verschillende commissies van deskundigen tot een afwijkende beoordeling kunnen komen? Wat is daarvan de oorzaak? Aan de hand van een 3-tal actuele cases wordt dit verder toegelicht en besproken:
- Benzeen; wel of geen veilige drempelwaarde? (door Gerard Swaen)
- Glyfosaat; Kankerverwekkend of niet? IARC vs. 'de rest'(door Hans Kromhout)
- N-Methylpyrrolidon; Grenswaarde SCOEL vs. RAC (door Wouter ter Burg).