Lancering nieuwe website Zondag 24 September!

  • Written by

    Om de gebruikerservaring te verbeteren is er een nieuwe website gemaakt. Deze zal gelanceerd worden Zondag 24 September. De lancering stond eerst gepland op donderdag 21 September maar de migratie is mislukt, vandaar een nieuwe poging op Zondag 24 September.

    Houdt er rekening mee dat de website dan tijdelijk niet beschikbaar is. Zodra de nieuwe website actief is kan het zijn dat er tijdelijk wat links niet goed werken. Mocht u er een tegen komen, geeft het gerust door (Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.).

    Op de voorpagina van de nieuwe website zal een bericht staan met alle details (functionaliteit, agenda, wat u waar kunt vinden etc.) van de nieuwe website.

    BELANGRIJKE INFO VOOR INLOGGEN OP DE NIEUWE WEBSITE: De nieuwe website hanteerd andere regels met betrekking tot hoe een gebruikersnaam eruit moet zien. Enkele gebruikersnamen konden daarom niet worden meegenomen. Ook konden niet alle wachtwoorden worden meegenomen. De emailadressen zijn wel allemaal meegenomen. u kunt dus met het emailadres waarmee u ook op deze website geregistreerd stond inloggen. mocht uw wachtwoord niet werken kunt u gewoon een nieuwe aanvragen, die krijgt u dan automatisch opgestuurd.

    Sneak peak:

    Screen Shot 2017-09-10 at 16.05.59.png

Landkaart

Dossier rubberkorrels: Hoe een TV programma het land op tilt kreeg en een wig dreef in toxicologisch Nederland

Frans Jongeneelen

IndusTox Consult, Nijmegen

Onderstaand verslag van betrokkene Frans Jongeneelen van de firma IndusTox Consult  is een chronologische weergave van een geval waarin maatschappelijke belangen en toxicologische risico-evaluaties samenkomen. Het draait om gebruik van rubberkorrels op kunstgrasvelden en de mogelijke gezondheidsrisico’s hiervan. De NVT is zelf geen partij in deze casus en biedt hier uitsluitend leden een platform om hun visie op deze casus te geven.

In 2006 worden Frans Jongeneelen en Joost van Rooij van IndusTox Consult betrokken bij een onderzoek naar milieu- en gezondheidsrisico’s van het gebruik van rubberkorrels of rubbergranulaat op sportvelden. Het is een aanvulling op onderzoek dat uitgevoerd wordt door adviesbureau INTRON. Het wordt gefinancierd door een brede groep van belanghebbenden (ten Cate, RecyBEM, VACO, KNVB, NOC*NSF). Er zit een zware begeleidingscommissie op van belanghebbenden aangevuld met externe deskundigen van RIVM, Ministerie VWS en TNO. Een van de aandachtpunten is het gezondheidsrisico van polycyclische aromatische koolwaterstoffen, afgekort als PAK. Ten aanzien van huidopname van PAK worden door INTRON zgn. migratie-experimenten uitgevoerd waarmee modelmatig schattingen worden verricht van de huidblootstelling aan PAK. Jongeneelen heeft in zijn promotieonderzoek een test ontwikkeld voor het meten van deze PAK in urine. De waarde van deze test is snel herkent door vakbroeders en deze test is inmiddels wereldwijd een standaardtest om blootstelling aan PAK op de werkplek en in het leefmilieu te monitoren. Van Rooij heeft als zijn promovendus met deze test aangetoond dat huidopname van PAK’s relevant is. Zij stellen daarom voor om een aanvullende veldstudie te doen onder een groepje sporters met intensief contact met kunstgras dat met rubberkorrels ingestrooid is en daarbij PAK in urine te meten. Het onderzoeksprotocol wordt besproken in de brede begeleidingscommissie. Met een kleine aanvulling op verzoek van de begeleidingscie wordt de aanpak akkoord bevonden (helft van de groep ondergaat vooraf een massage van de benen met Chemodol, dat veel door voetballers gebruikt wordt).

Het toeval wil dat zojuist in Malden een nieuw met rubbergranulaat ingestrooid kunstgrasveld gereed is gekomen. Van Rooij heeft daar via zijn zoontje contacten. Hij vindt vrijwilligers bereid om als proefpersoon mee te werken. Op een dag wordt 2,5 uur intensief gesport (intensieve warming up, daarna een voetbalwedstrijd). Elke vrijwilliger verzameld bij elke toiletgang zijn urine over 3 volle dagen, het begint op zaterdag, de dag voor het sporten, en het eindigt maandagavond, de dag na het sporten. Door de concentratie van PAK in urine van voor en na het sporten te vergelijken, is nagegaan of het sporten leidde tot een verhoogde concentratie. Als je dit doet bij 7 proefpersonen, kan betekenis worden toegekend aan het resultaat, ondanks het beperkte aantal proefpersonen, is de overtuiging.

Er wordt vastgesteld dat de urineconcentratie van PAK lag in de range van achtergrond, veroorzaakt door PAK-inname uit voedsel en door inademing van PAK in buitenlucht. Bij 3 proefpersonen werd voorafgaand aan het sporten een concentratie gevonden die hoger is dan bij de andere 4. Deze 3 bleken op de zaterdag te werken, respectievelijk in de keuken van een restaurant met frituur en de met aansluitend barwerk, bij een vishandel met frituur en als verkoper in een elektrozaak. Daarom is verder gekeken naar de groep van de overige 4 proefpersonen. Bij deze 4 werd er bij 1 persoon een stijging na het sporten gevonden. Bij navraag bleek hij een hamburger te hebben gegeten, dus de oorzaak is onzeker.

De overall conclusie van het onderzoek was dat als er opname van PAK is, dat deze beperkt is en dat deze valt in de range van PAK-blootstelling in het leefmilieu.

De meerwaarde is dat in dit onderzoek de biologische beschikbaarheid van PAK in rubbergranulaat wordt meegenomen en dat het dicht staat bij de praktijk van de sporter. In het eindrapport van INTRON staat de volgende tekst: “In dit onderzoek zijn sporters intensief in contact geweest met rubbergranulaat tijdens een training op een kunstgrasveld. De urine van de sporters is voorafgaand, tijdens en na de training onderzocht op de aanwezigheid van 1- hydroxypyreen, een omzettingsproduct van pyreen (PAK-component) en een gevoelige marker voor PAK-blootstelling. Opname van PAK bij het sporten op een kunstgrasveld, kon ondanks een blootstellingscenario met relatief langdurig en intensief huidcontact met rubber instrooimateriaal, niet eenduidig worden vastgesteld. Als er al sprake is geweest van huidopname, dan is deze beperkt en valt deze binnen de range van PAK-blootstelling uit andere bronnen in het leefmilieu en voeding. ”

Dit onderzoek wordt vervolgens toegevoegd aan het dossier met internationale onderzoeken (uit Noorwegen, Denemarken en USA). Er zijn wat twijfels door de kleinschaligheid van het IndusTox-onderzoek. Uiteindelijk wordt op basis hiervan wordt door het RIVM vastgesteld dat het risico van PAK in rubbergranulaat aanvaarbaar is. Het RIVM concludeert in 2007 het volgende: “dat er bij het sporten met rubberkorrels ingestrooide kunstgrasvelden geen gezondheidsrisico is te verwachten door blootstelling aan PAKs en weekmakers. Op basis van de resultaten van eigen RIVM onderzoek geldt dit ook voor nitrosaminen. Het RIVM beschikt niet over gegevens voor andere stoffen die wijzen op gezondheidsrisico’s.”

In 2008 stelt 2e Kamerlid van de Ham vragen over milieu- en gezondheidsrisico van rubbergranulaat aan toenmalig minister Cramer van VROM. De minister twijfelt niet aan de uitkomsten van het IndusTox onderzoek en ziet geen reden voor verder onderzoek, gegeven de RIVM begeleiding. Dan wordt het rustig en in 2009 sluiten de toenmalige ministeries VROM en VWS het dossier.

In 2014 informeer een redacteur van TROUW bij Jongeneelen n.a.v. onrust in de Amerikaanse media. Hij geeft aan dat er geen reden is voor onrust, maar sluitend is de kennis niet. ‘Epidemiologisch onderzoek van sporters op kunstgras met rubberkorrels kan dat wel geven’’. Er verschijnt een 3 kolomsartikel in TROUW.

In 2016 duikt het Tv-programma ZEMBLA op het onderwerp. Er zijn berichten uit de Verenigde Staten en uit Engeland dat er veel kanker voorkomt bij doelmannen die sporten op kunstgrasvelden met rubberkorrels. De redactie zoekt uit hoe het precies zit. Ze spreken met alle betrokkenen. Ook met een Britse vader met een zoontje die keepte en leukemie kreeg. Zij interviewen de Maastrichtse methodoloog Martijn Berger die eerder kritiek heeft geuit op het onderzoek van IndusTox: te klein onderzoek, geen controlegroep en selectie van urinemonsters. Hij blijft dit stellen, ondanks de reactie met verweer van RIVM dat januari 2016 per brief is gepubliceerd. Ook toxicoloog Martin van den Berg komt aan het woord, maar zijn kritiek richt zich vooral op de hoge PAK-concentratie in rubberkorrels van de sportvelden: 10 -100 mg/kg ds. Hij redeneert vanuit voorzorg, niet vanuit risico’s. Hij geeft aan sporten op deze velden niet verantwoord te vinden. De bevindingen van ZEMBLA worden nu voorgelegd aan RIVM, Ministeries VWS en I&M. Zij reageren niet voor de camera, maar schriftelijk.

De ZEMBLA-redactie is er van overtuigd dat het onderwerp voldoende sterk is. Zij voelen instinctief aan dat het onderwerp het best zal scoren als zij hun pijlen richten op het onderzoek van IndusTox. Immers, het is een klein onderzoek en er is een methodoloog en een toxicoloog die kritiek hebben.

Vroeg in de ochtend van 5 oktober, de dag van de uitzending, wordt Jongeneelen gebeld door TV-Gelderland. Of hij op camera wil reageren op de vooraankondigingen van ZEMBLA. Hij is stomverbaasd, is overvallen door de aandacht, maar hij zegt toe. In de loop van de ochtend worden shots opgenomen. Hij geeft aan dat het ging om aanvullend onderzoek dat toegevoegd was aan bureaustudies. Voldoende goed om sporten op rubbergranulaat toe te staan. In de loop van de dag werkt de publiciteitscampagne van ZEMBLA. Tegen het einde van de middag is op NPO radio 3 een promo van het programma met een interview met de ZEMBLA-redacteur. Het item duurt 6 minuten. In de avonduitzending ‘GEVAARLIJK SPEL´ blijkt dat ZEMBLA haar pijlen inderdaad heeft gericht op het IndusTox-onderzoek. “Alle partijen wijzen naar dit onderzoek als bewijs”. De geïnterviewde methodoloog Bergen vindt het aantal sporters veel te klein en beweert dat er urinemonsters zijn weggelaten. Toxicoloog Martin van den Berg houdt zich meer op de vlakte en verwijst naar komende regels waarin de concentratie PAKs niet hoger mag zijn dan 1 mg/kg, terwijl in rubbergranulaat de concentratie 10-100 x hoger is. De Engelse vader heeft sterke vermoedens dat de leukemie van zijn zoontje door de rubberkorrels is veroorzaakt. Het RIVM, noch de Ministeries VWS en I&M reageren niet op camera. De kijker is verbijsterd achtergebleven met het gevoel. Is dit waar? Hoe is het mogelijk dat toegelaten wordt dat onze kinderen op giftig spul kunnen sporten?

De volgende dag, 6 oktober, pakt de pers breed uit. In alle berichten wordt gemeld dat het onderzoek van IndusTox zwak is en tekort schiet. Jongeneelen voelt zich in zijn hart getroffen. Onderzoek waarvoor hij verantwoordelijke is, is hard onderuit getrokken. Over het standpunt van het RIVM gaat het nauwelijks. En hij heeft niet de kans gekregen zijn werk toe te lichten. Bij het openen van zijn E-mail vindt hij een aantal hate-mails in zijn inbox. Ook ziet hij nu de schriftelijke reacties van RIVM en de betrokken Ministeries. Het ministerie VWS heeft als volgt gereageerd: “Het RIVM heeft in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu dit onderzoek begeleid en de resultaten onderschreven. Aangezien er begin 2016 wetenschappelijke commentaren op het IndusTox-onderzoek aan VWS zijn gezonden, heeft VWS het RIVM verzocht de kritiek te beoordelen. Het RIVM heeft toen opnieuw geconstateerd dat het onderzoek beter had gekund in de opzet maar dat het niet tot een andere conclusie leidt met betrekking tot de gezondheidsrisico’s van blootstelling aan PAK’s uit rubbergranulaat.”

s´Avonds opent het NOS-journaal met de kwestie. Er is geweldig veel onrust in de voetballerij. Sommige sportverenigingen willen acute maatregelen en andere willen het voetbalprogramma voor het komende weekend stil leggen. De minister van VWS, Edith Schippers, heeft in de loop van de middag het RIVM opgedragen aanvullend onderzoek te doen en voor het einde van het jaar met resultaten te komen.

De zaterdagkranten staan bol met artikelen uitgesmeerd over 1-2 pagina’s over het onderwerp. Het grijpt Jongeneelen aan, hij voelt zich zwaar gepiepeld. Hij besluit om in een eigen persbericht te laten horen dat bij kwaad is op ZEMBLA. Kop van het persbericht is: “ONTERECHTE ZWARTMAKERIJ BUREAU INDUSTOX DOOR ZEMBLA”. In het persbericht staat het volgende:

ZEMBLA heeft geen hoor en wederhoor toegepast; Het bewuste onderzoek was aanvullend op verschillende bureaustudies van andere partijen waarin het gezondheidsrisico van PAK in rubberkorrels is beoordeeld; ZEMBLA hamerde alleen op de beperkte omvang van dit onderzoek, maar negeerde het feit dat het ging om een eerste onderzoek van een nieuw type. En is pertinent niet gesjoemeld met monsters, maar volgens gangbare richtlijnen gewerkt en volledig gerapporteerd.

Het persbericht wordt breed aangehaald in de media. Maandagmiddag komt de NRC met het artikel: “KOMEN GIFSTOFFEN VRIJ OP HET VELD”? De essentie van het bericht is dat de conclusie van het RIVM geruststellend is. “Maar het onderzoek is betaald door de industrie. En het onderzoek van IndusTox had geen controlegroep. Zij wisten tevoren dat de uitslag gunstig zou zijn” stelt de NRC-redacteur. Onzin, elke persoon was zijn eigen controlepersoon. En de laatste beschuldiging is te gek voor woorden.

Na de uitzending van ZEMBLA worden Kamervragen gesteld aan de minister van VWS, Edith Schippers. CDA en SP willen weten of er gesjoemeld is. Ook leden van PVV, PvdA, CDA en VVD stellen vragen aan de minister. Op 18 november beantwoordt minister Schippers de Kamervragen. De antwoorden bevestigen de eerdere mededelingen: het IndusTox-onderzoek is een van de onderzoeken waarop RIVM is afgegaan. Dat was terecht. Het recent in gang gezette onderzoek van RIVM moet duidelijkheid geven. De kwestie van indeling als voorwerp of als mengsel met bijbehorende limietconcentraties voor PAK wordt nader toegelicht. Het is dus wachten op de onderzoekresultaten van het RIVM. Daarna kan er verder gekeken worden.

Bij de start van het onderzoek van het RIVM wordt al een voorschot genomen op de situatie dat er geen 100% duidelijk antwoord komt. RIVM stelt een maatschappelijke en een wetenschappelijk klankbordgroep in. De wetenschappelijke groep wijst op het belang van de schatting van de blootstelling/opname van stoffen en vindt de steekproef van veldsamples wat groot.

Ook bandenverenigingen RecyBEM en VACO zijn een eigen onderzoek naar PAK op sportvelden gestart. Zij komen op 25 november naar buiten met de eerste resultaten van hun onderzoek. De meting van 10 PAKs in de eerste 50 velden laat gehaltes van 8,7 tot 42,0 mg/kg zien. De 18 PAKs uit de REACH-verordening zijn bepaald op 12,0 tot 78,1 mg/kg. Zondag 27 november opent het NOS-Journaal met het item: “Kankerverwekkende stoffen in veel velden met kunstgraskorrels”. Er wordt gewezen op het overschrijden van de REACH grenswaarde voor ‘rubber articles = voorwerpen’ van 1 mg/kg per PAK. Nu is de verwarring compleet. Er is immers geen heldere en een breed gedragen toetsingswaarde die gebaseerd is op de blootstelling van sporters en de biologische beschikbaarheid. Een Rotterdamse hematoloog pleit voor voorzorg, dus voor afwijzen van gebruik van rubber infill op voetbalvelden. De onrust laait opnieuw op. De Volkskrant heeft maandag 28 november een artikel op pagina 3 met de kop: “Eigen onderzoek clubs: kunstgras bevat veel kankerverwekkers”. Op dinsdag 29 volgt een dubbelpagina over de twijfels van voorzitters van voetbalverenigingen. Met een extra stuk met toelichting “Politiek en economie spelen belangrijke rol in debat over kunstgras”. Ik zie in de trein een METRO-artikel over een moeder die in bed en in oren van haar zoontje rubberkorrels vindt. Zij verbiedt haar zoontje nog langer te spelen op kunstgras.

Op 20 december komt het RIVM-rapport uit. Het resultaat is geruststellend. Het RIVM concludeert dat het kankerrisico van PAK praktisch verwaarloosbaar is. Het is veel kleiner dan het zogenoemde maximaal toelaatbaar risico (MTR), en iets boven het verwaarloosbaar risico (VR). Voor de overige stoffen BPA, ftalaten, de metalen cadmium en kobalt en de benzothiazolen (waaronder 2-MBT) is de blootstelling (aanzienlijk) lager dan de veilig geachte blootstelling. Er is dus geen gezondheidsrisico, het sporten op kunstgras is veilig. Ook het onderzoek van kankerclusters onder sporters levert geen aanwijzingen voor het bestaan van gezondheidsrisico’s. Wel pleit het RIVM voor specifieke norm voor PAK in rubberkorrels. De dag ervoor heeft het NOS-journaal het bericht gebracht dat wetenschappers, die nauw bij het onderzoek betrokken zijn, het niet eens zijn en dat het RIVM-rapport geen uitsluitsel zal geven over de veiligheid. Dit wordt de volgende dag, als het rapport is vrijgegeven, iets genuanceerd in het NOS-journaal: “RIVM zegt sporten op kunstgras is veilig”. Tegen die tijd is het voor ouders, club- en gemeentebestuurders moeilijk om er een touw aan vast te knopen: het is niet te geloven dat er niets aan de hand is na alle berichtgeving over het gif op de velden.

Op 15 februari volgt een 2e uitzending van ZEMBLA over de rubberkorrels. Daarin wordt gesteld dat er toch gezondheidsrisico’s zijn. Ook komt ZEMBLA met nieuwe gegevens van de Vrije Universiteit. De VU-onderzoekers deden proeven met zebravis-embryo’s die werden blootgesteld aan water waarin de rubberkorrels een week lang waren geweekt. De veertig geteste vissenembryo’s gingen allemaal dood. Milieuchemicus Jacob de Boer denkt dat er organische stoffen uit het rubber vrijkomen, die giftig zijn voor vissen. De aanwezigheid daarvan kan hij aantonen met een kleurreactie in de visjes, en het strookt ook met een gedragsverandering die hij ziet bij blootgestelde vissenlarven. Welke stof of stoffen het precies zijn zou nader onderzoek moeten uitwijzen. Hij geeft aan dat hij zijn kleinkinderen niet op dergelijk velden zou laten sporten en wordt hierin gesteund door hoogleraar-toxicologen van de Berg en Kleinjans die vanuit voorzorg redeneren. De onderzoeksgegevens blijken echter nog niet beschikbaar, een collegiale toets van de gegevens is niet mogelijk. Twee dagen erna stellen twee PvdA-kamerleden opnieuw vragen aan de minister van VWS over gezondheidseffecten van rubbergranulaat. Zij vragen of de uitzending leidt tot een ander inzicht. Op dezelfde dag komt de NRC met het weerwoord van toxicologen Tinka Murk en Gerard Mulder. „Totaal onverantwoord om op basis hiervan te zeggen dat er risico is”, zegt Murk hierover. „Als je dit naar de mens zou vertalen dan zou je het extract moeten toevoegen aan het vruchtwater van een ongeboren kind. Dat is natuurlijk absurd.” En ook: „Deze ongefundeerde stemmingmakerij is heel schadelijk. Het maakt mensen bang terwijl de zebravissenlarveproef geen betekenis heeft voor de risicoschatting van het granulaat op voetbalvelden. De hoofdvraag is: hoeveel kun je maximaal binnenkrijgen en via welke route? Via inademing of via eten van de korrels? En is dat meer of veel minder dan wat ons lichaam aan kan? Vergelijk dat maar eens met wat je doorgaans binnenkrijgt bij een barbecue of het branden van kaarsen of de open haard in huis.” Emeritus hoogleraar Mulder zegt ''In de toxicologie kun je nooit met zekerheid zeggen dat iets absoluut veilig is. Maar aanvoeren dat je je eigen kind niet op kunstgras zou laten voetballen, doet het misschien leuk op tv, maar als wetenschapper vind ik het een heel slecht argument.”

Inderdaad, de methodiek voor beoordeling van het gezondheidsrisico voor de mens is geheel verschillend van de methodiek voor beoordelen van risico’s voor het milieu. Pas als er veel meer onderzoek is gedaan, kunnen de VU-bevindingen op hun betekenis voor de mens beoordeeld worden. De gepresenteerde VU-gegevens geven geen nieuwe inzichten voor wat betreft de kwantitatieve risicoschatting voor de mens. De onderzoekers hebben niet de verleiding kunnen weerstaan om voor de camera er zeer vergaande betekenis aan toe te kennen.

Anno februari 2017 lijkt er een schisma te zijn in toxicologisch Nederland: Er is een groep die denkt vanuit het voorzorgsprincipe en een groep die denkt vanuit de risicobeoordeling aan de hand van de toelaatbare of aanvaarde drempeldosis en de ‘reasonable worst case’ blootstelling bij sporters. Het gevolg van dit schisma is dat het wantrouwen bij het publiek groot is. Er zijn veel mensen die niet meer weten waar ze aan toe zijn.

Hoe kon dit zo uit de hand lopen? Vragen die blijven hangen zijn: Is de ‘exposure science’ binnen de toxicologie zo onderontwikkeld dat het blootstellingscenario door sommigen niet of nauwelijks wordt meegenomen bij de risicobeoordeling? Is voor deze casus het juiste beoordelingscriterium een nulrisico of een verwaarloosbaar risiconiveau? Wanneer is de kennis zo beperkt dat het voorzorgprincipe met recht en rede kan worden ingezet? Of is dit een casus van risicobeoordeling voor een product met meervoudige blootstelling, dus met een cocktail van verontreinigende stoffen, waarvoor een breed geaccepteerde beoordelingsmethodiek ontbreekt?

Nijmegen, 23-02-2017

Rate this item
(2 votes)
Login to post comments

Agenda

September 2017
S M T W T F S
1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30

Upcoming events

20 juni 2017
09:00AM - 06:00PM
Jaarvergadering NVT 2017
20 juni 2017
09:00AM - 06:00PM
Jaarvergadering NVT 2017
16 nov 2017
08:00AM - 06:00PM
32nd ANNUAL SCIENTIFIC MEETING OF THE BSTP
16 nov 2017
08:00AM - 06:00PM
32nd ANNUAL SCIENTIFIC MEETING OF THE BSTP
Ga naar boven